SATORIDOJO

Groeten:

Rei: groet of buiging

Onegai shimasu: beleefd; zeggen als je buigt naar iemand
Uitnodiging om te helpen, dankwoord

Domo arigato gozaimasu: dank u vriendelijk
Domo: dank u
Dozo: aub
Hai desu: ja, bevestiging
Konnichi wa: goede dag
Oos: Ok, ik heb het begrepen
Sayonara: Tot ziens, afscheid

Tellen

ICHI = 1
NI = 2
SAN = 3
SHI (YON) = 4
GO = 5
ROKU = 6
SHICHI = 7
HACHI = 8
KYU = 9
JU = 10

Termen, titels, enz.:

Jujutsu: Zachte kunst
KoKoDo: De Weg van het Keizerlijke Licht
Satori: Verlichting van de geest
Soke: Stichter van de school of stijl
Sensei: Leraar
Shihan: Meester / Grootmeester
Sempai: Hulpleraar, oudere in graad
Dojo: Oefenzaal
Tatami: Oefenmat
Kata: Gevechtsvorm : basis met vaste regels
Henka: Variatie
Uke: Aanvaller
Tori: Verdediger
Obi: Gordel
Gi: Vest (kledij)
Sake: Rijstwijn

Commando’s en richtingen:

Hajime: begin
Hidari: links
Migi: rechts
Mae: voorwaarts
Yoko: zijwaarts
Ushiro: achterwaarts
Itai: het doet pijn
Sensei ni rei: groet aan de leraar
Otagai ni rei: naar elkaar buigen
Owari: einde (van de les)
Yame: stop / einde
Tai sabaki: draaiende cirkelvormige stapbeweging
Ukemi: Roloefening
Shikko: Op de knieën bewegen

Tachi waza: Staande technieken